Reizigers worden vanaf volgende week opgeroepen eens na te denken over werk - en dan vooral over ’het nieuwe werken’. Dat staat voor: minder op kantoor, meer flexibiliteit, meer thuiswerken, een hogere productie en minder autokilometers.
Verspreid over de ruimte zitten mensen achter hun laptop. Ze werken op zwartleren banken achter verstelbare tafels. Op iedere tafel prijkt een schemerlampje. Twee vrouwen maken een praatje aan de bar, een ander drinkt een cola. De ruimte doet denken aan een hotellobby, maar schijn bedriegt: dit is het kantoor van het Maastrichtse adviesbureau Veldhoen+Company. Hier wordt gewerkt, overlegd en vergaderd volgens ’het nieuwe werken.’
„Er werken bij Veldhoen dertig mensen, maar als er vijftien op kantoor zijn is het een piekdag”, vertelt Kees van Puijenbroek, directeur van Veldhoen. Een eigen kamer heeft hij niet, laat staan een kast met papieren. „In principe heb ik alleen een laptop nodig en een tas.”
Sinds 1989 adviseert Veldhoen+Company bedrijven bij het invoeren van een andere manier van werken. Het begon ooit met een opdracht van de politie Zuid-Limburg, nu geeft Veldhoen advies aan financiële dienstverleners als Interpolis en Rabobank, aan gemeentes en aan ziekenhuizen.
Wat is ’het nieuwe werken’? Werken waar en wanneer je wilt, daar gaat het in principe om. Werknemers zijn veel minder op kantoor, werken vaker thuis, op flexibele uren en reizen veel minder - of doen dat al werkend in de trein.
Geef de werknemer meer verantwoordelijkheid, benadrukt Van Puijenbroek. „Als een werknemer op dinsdagochtend wil zwemmen dan kan dat.” Volgens Van Puijenbroek gaat de productiviteit van een werknemer omhoog wanneer die meer zeggenschap krijgt over de invulling van de eigen werkweek: „Bij al onze projecten zien we terug dat deze manier van werken tot minder ziekteverzuim leidt. Dat komt niet doordat de druk wordt opgevoerd, maar doordat mensen meer zelfstandigheid krijgen.”
Kiezen voor het nieuwe werken betekent ook kiezen voor een andere inrichting van het kantoor. Zo heeft zijn eigen bedrijf een tiental ruimtes met verschillende ’sferen’. Van Puijenbroek: „Essentieel is dat een organisatie gedragsverandering stimuleert. Anders blijven mensen steken in hun oude werkgedrag.”